Uitgaven
Jeugdboek over braille: ’Brief in geheimschrift’
Tijdens bijeenkomsten van de NLBB-werkgroep ‘Louis Braillejaar 2009’ is het idee ontstaan om in 2009 ook iets voor de jeugd te doen om het brailleschrift onder de aandacht te brengen. Om deze ideeën iets concreter te maken is besloten een subwerkgroep ‘Taal en educatie’ op te richten en dit plan uit te werken. Deze werkgroep bestaat uit NLBB-leden met ervaring in het onderwijs.
Er is contact opgenomen met educatieve uitgeverij Delubas en kinderboekenschrijfster Rian Visser is bereid gevonden om een spannend boek te schrijven waarin ‘schriftgeheim’ (braille) centraal staat. De schrijfster heeft ter voorbereiding een aantal gesprekken gevoerd met de leden van de werkgroep en een school voor blinde en slechtziende kinderen bezocht. Zie ook: Boek: 'Brief in geheimschrift'
Doel van het boek: het brailleschrift onder de aandacht te brengen bij een groot publiek en tevens een bijdrage leveren aan het educatieve aspect (het komt uit in een reeks over beroemde figuren uit de geschiedenis). Het boek wordt samen met een lesbrief verzonden aan alle basisscholen (groep 7 en 8) van Nederland.
Het boek zal bij verschijning direct leverbaar zijn in alle leesvormen: zwartdruk, braille, gesproken op cd (audio en Daisy) en in grootletterdruk. Het boek is voor alle kinderen toegankelijk en past daarom ook binnen de NLBB-missie ‘Onbeperkt Lezen’.
Hoorspel ‘Puntig’
Begin juni ontvingen de leden van de NLBB als ledengeschenk 2009 het hoorspel Puntig geschreven door Theo Hendrikse.
Inhoudsbeschrijving van het hoorspel:
'Braille is echt niet meer van deze tijd: Er zijn toch computers! Afschaffen!'. Tot deze onthutsende ontdekking komt Petra, een blinde, zeer gedreven leerling van de school voor journalistiek bij toeval, als ze op een ministerie rondgraaft voor heel andere zaken. Ze besluit samen met een vriend, dit 'afschaffen' niet te laten gebeuren: ze confronteert onder meer de politiek ermee, ze organiseert een petitie, ze maakt een radiodocumentaire, en 'Louis zelf' helpt ook nog een handje mee.’
Na afloop van de Algemene Ledenvergadering op 13 juni vond de presentatie van het hoorspel Puntig plaats in aanwezigheid van de schrijver Theo Hendrikse, de regisseur Frits Enk en de actrice Paula Majoor. Paula Majoor presenteerde zich als het personage Suzan Hermes, hoofd directie van het Ministerie van Bibliotheekzaken en ging een gesprek met de zaal aan en in discussie met haar schepper.
Luister hier naar een fragment
PUNTIG rolverdeling
Hoorspel van Theo Hendrikse, geschreven in opdracht van de NLBB voor het Louis Braillejaar.
Personen:
- Petra Veenstra: Victoria Osborn
- Taco Folkertsma, haar actievriendje: Frank Derijcke
- Suzan Hermes, hoofd directie Bibliotheekzaken: Paula Majoor
- Louis Braille: Jaap Hoogstraten
- Jarno Verbeek, haar docent: Donald de Marcas
- Remco van Rijn, scholier: Jelle Derckx
- Evelien ter Haar, vriendin van Remco: Evrim Kurc
- Corrie van Kalkwijk: Marjan Luif
- Sandra van Wierden, voorzitter Oogpunt: Ingrid Heinsius
- Dirk Dolhuis, voorzitter commissie bibliotheekwerk: Jasper de Moor
- Herbert Jongejan, beleidsmedewerker: Boris van der Ham
- Rien de Bock, trainee departement: Michiel Blankwaardt
Verder werkten mee in kleine rollen:
- Marjan van Es
- Theo Hendrikse
- Fred Meinema
- Jean Mersel
- en Hans Smit
Techniek: Jos Hendrikse, Theo Hendrikse en Frits Enk
Muziek : Thomas Geerts
Produktie: Theo Hendrikse, Frits Enk en Stichting Van oor tot oor.
'Kan veel korter’; een schrijfwedstrijd met mezelf door Theo Hendikse
Verbazing was het overheersende gevoel dat mij besprong, toen Frits Enk mij opgetogen belde, dat mijn Synopsis door de NLBB-begeleidingscommissie was uitgekozen. Het meest recente verhaal dat ik geschreven had, was het opstel op de mavo, een 7, maar wel op je schrijffouten letten, ‘je bent wat slordig en breedsprakig’
vond mijn leraar Nederlands. Artikelen schrijven, reportages, interviews, dat had ik meer gedaan, vooral, maar niet alleen, voor de gehandicaptenbeweging. Maar een hoorspel is duidelijk iets anders.
Ik ben nogal wars van dikdoenerij over schrijven in de literatuur. Opmerkingen als ‘Ik werd onweerstaanbaar naar mijn schrijftafel getrokken’
of ‘ik voelde dat ik dit moest doen”
zul je van mij niet horen. ‘En:je moet wel…’
roept bij mij al weerstand op: Dus ‘Je moet er wel voor zorgen dat de persoon Braille in je verhaal voorkomt’
zorgde er al bijna voor dat ‘Puntig’ nooit geschreven was. Pas toen hij strijdbaar en eigentijds in de nacht met weinig slaap aan mij verscheen, kon ik ermee uit de voeten. En toen was Louis er en kon het verhaal zich echt gaan ontwikkelen.
Dit verhaal is een weerslag van 55 jaar leven, werken, ervaren, actievoeren, humor en; ja ook genieten. Dat leven begon in 1953 in Bussum. Deels werd het geleefd in het blindeninstituut aldaar, nu Visio, deels extern. Thuis ben ik redelijk braaf opgevoed. Op dat instituut leerde ik andere meningen, andere stromingen van denken kennen.
Met een aantal vrienden vond ik dat de blindenbibliotheken rond 1970 zo bang en neutraal waren en een hoop informatie aan onze neus voorbijging. En zo ontstond de schoolkrant Stoned. Daarin alternatieve artikelen over de toen actuele volkstelling, drugsvoorlichting, de kraakbeweging.
Later in dat leven werd ik me ervan bewust dat werken binnen wat ik nu maar even noem de gehandicaptenbeweging, ook leuk kon zijn. In 1981 begon die carrière in Finland, waar ik een half jaar verbleef. Een goede vriend wist via zijn actieclub van mensen met en zonder handicap; Kynnys (drempel), de natie wakker te schudden rond belemmeringen als toegankelijkheid, werk, vervoer. Dat deed hij binnen- en buitenparlementair. Prachtig om mee te maken.
Die lijn loopt bij mij tot 2009 waarbij ik mijn beste kunnen inzet bij Makkers Unlimited; Een ongebonden club die op vrolijk strijdbare manier allerlei verbeteringen voor mensen met een beperking voor elkaar wil krijgen
Mijn verhaal in hoorspelvorm is geïnspireerd op de vrijdenkers met wie ik door de jaren heen allerlei acties heb meegemaakt. Ik ben jaloers op hun creativiteit en vindingrijkheid, maar hoop ook met dit verhaal zelf misschien een heel klein beetje mensen te inspireren om als dingen hen niet bevallen, niet achteruit te gaan zitten met in hun hoofd: ze moeten ons ook altijd hebben….
‘Puntig’ is een vrolijk verhaal met een zeer serieus gemeende knipoog. Die is te vervatten in twee opmerkingen: Wat zou er gebeuren als er geen braille meer zou bestaan? Wees waakzaam braillelezer! Een tweede element dat ik met graagte heb uitgewerkt, is hoe de personages, blind of ziende, jong of oud, met elkaar omgaan. De welgemeende pesterijtjes tussen Petra, de hoofdpersoon in het spel, en Taco, maar ook zijn ongeduld met haar, laten een gelijkwaardigheid zien die ik zelf graag nastreef.
Is het verhaal autobiografisch? Oh ja. Die vraag ontbrak er nog maar aan. Eigenlijk maar op twee punten. De rommelhuizen waar ik mijn weg heb moeten vinden… en de plek op mijn voorhoofd, als ik buiten weer eens teveel liep te denken.
Een veel gehoord citaat van schrijvers: “de personages gingen met mij op de loop
”. Niks van gemerkt. Fantasie genoeg. Na het visioen van Braille ontspon zich al snel het verhaal en begonnen de verschillende personages vorm te krijgen. Dat was schrijven, trekken en structureren. Dat onder de bezielende begeleiding van Frits Enk. Ik heb mij met engelengeduld de les laten lezen over actief handelen, snellere dialogen, kortere zinnen niet in de lijdende vorm..
Toen het verhaal klaar leek, heeft hij het ingelezen, half tekst half wat dramatisch. Het bleek veel te lang. Ik ben door mijn werk gewend aan gelezen teksten. Gespeelde teksten kosten veel meer tijd.. Je moet tenslotte de handeling laten horen.
En toen begon het grote schrappen. Schrappen in het verhaal, schrappen ven personages..Ik had voor de schaarste in voorzieningen voor gehandicapten symbolisch een gevluchte Tsjech geschapen die wel raad wist met versobering van onze voorzieningen. Helaas; kostte teveel tijd,en kostte ook nog een extra acteur. Hij is zonder al teveel omhaal ‘om het leven gebracht’.
Humor is voor mij een belangrijk bestanddeeel van het leven en van dit stuk. Het is als het kruiden van het eten; een uitdaging om de juiste balans te vinden. Wat en waarom? Ach, dat moet je niet willen uitleggen: Je kunt nooit iedereen tevreden stellen op dat punt. Ik heb mijn grappen geschreven met blinden, maar ook met ziende luisteraaars in gedachte. Mysteries: Er zijn nog wel wat vraagtekens over dingen die in het verhaal gebeuren…Dat laat ik lekker zo…
Tot slot: het schrijven, het in je hoofd horen, en het opnemen van dit hoorspel maakten het mogelijk, mij heerlijk uit te leven in het gebruik van geluiden, akoestieken en mixen. Soms wil je dan misschien te subtiel te werk gaan.:Hoe klinkt een kat die verstoord miauwt en wegspringt…niet te vinden in welk geluidsarchief dan ook. En zo heeft mijn broer een uurtje met zijn katten en een microfoon lopen dollen, op zoek naar dat ene speciale geluid..Gelukt? Ik ben ook blij met een echte Haagse tram en een echt Haags verkeersbord. De verschillende akoestieken die je krijgt als je op verschillende lokaties opneemt, heb ik prettig gebruikt. Ik heb het stereobeeld geschapen met luisteraars in gedachten die heerlijk met hun mp3-speler en ‘oortjes’ in, gaan luisteren en zo ook misschien de hele kleine grapjes opmerken.
Door Frits’opmerking “Ik bleef lezen en moest lachen.” heeft hij me onbedoeld over de streep geholpen om te gaan schrijven en door te gaan. Ik ben niet erg gevoelig voor complimenten maar dit trof me blij.
Verder moet het verhaal zelf maar spreken, tesamen met de geluiden die het omgeven. En mochten mensen zichzelf menen te herkennen…zie dat dan maar als een compliment…
De cd moet er komen; een ‘Puntig’ kijkje in de keuken door Frits Enk
1. Wat doe je als producent wanneer je een opdracht krijgt een hoorspel te maken voor het Louis Braillejaar?
Je neemt enthousiast de opdracht aan, gaat vooral zelf geen stuk schrijven, maar vraagt een jonge auteur met wie je al de nodige stukken hebt gemaakt, een oorspronkelijk stuk te schrijven.
2. Wat doe je als je auteur kort voor de deadline de opdracht teruggeeft?
Je zit even met je handen in het haar, want ‘De CD moet er komen’. Je bedenkt snel een creatieve oplossing. Je vraagt een aantal mensen uit de doelgroep die met braille te maken heeft, een hoorspelsynopsis te schrijven. Die lever je anoniem aan bij de opdrachtgever. Onbevooroordeeld wordt de beste (interessantste en spannendste) uitgekozen.
3. Wat doe je met een beginnend hoorspelauteur die op braille is aangewezen?
Je geeft hem alle ruimte om zijn script te gaan uitwerken. Een structuur heeft hij zelf al aangebracht. Vooral stimuleren, s-t-i-m-u-l-e-r-e-n, STIMULEREN en geen opmerkingen als ‘het moet korter’, “je gebruikt teveel personen”. Hij moet eerst een ‘totaalscript’ krijgen. Probleem daarbij is dat hij met braille maar een ‘beperkt’ zicht heeft op zijn eigen tekst.
4. Wat doe je met een veel te lang script en ‘teveel personen’?
Met veel engelengeduld steek je als dramaturgische begeleider enorm veel tijd in het scène voor scène, woord voor woord doornemen van het script. De scènes moet je ‘kloppend’ maken. “Kill your darlings’, dus overbodige personen ‘liquideren’ of ‘omschrijven’ naar een van de hoofdfiguren. En er vooral voor zorgen, dat de schrijver zelf vertrouwen krijgt in zijn eigen werk en moed heeft naar de eindstreep te gaan, want… ‘De CD moet er komen.’
5. Waarom kies je locatie en geen studio?
Als je een nauw opnameschema hebt, waarbij je ‘filmisch’ (alle scènes per locatie afwerken) te werk gaat, kun je de dure studiokosten besparen. Je neemt zoveel mogelijk bij de acteurs thuis op, zodat ze in hun eigen vertrouwde omgeving zitten. Het geluid van een koelkast of een voorbijrijdende auto moet je soms voor lief nemen. Jammer dat je geen plenaire lezing kunt houden. Hoe combineer je in deze tijd een cast van veertien acteurs die allemaal hun eigen agenda hebben?
6. Hoe kies je je acteurs?
Je valt bij casting voor de oudere stemmen terug op leden van de voormalige hoorspelkern of regelmatige gasten uit de toneelwereld. Voor de jongeren doe je in eerste instantie een beroep op je eigen netwerk. Jonge acteurs kennen weer jaargenoten van hun toneelopleiding. Een stem door de telefoon is de eerste zeef. Dan ga je een proefopname maken en je beslist met je auteur-technicus of de stem past bij het personage.
7. Hoe bereid je je acteur voor op zijn rol?
Voor de rol van blinde of slechtziende is het handig als de acteur een ‘ervaring’ heeft gehad, want het verhaal van een deskundige is interessant, maar niet voldoende. Dan ga je met de groep naar ‘In het donker gezien” en de vragen en antwoorden komen vanzelf. Vervolgens zorg je ervoor dat vooral de jonge acteurs een workshop ‘hoorspel spelen’ krijgen. Iemand die ‘niets zegt’, is niet meer in het geluidsbeeld aanwezig. De kleinste nuances in je stem neemt de microfoon (het oor van je luisteraar) waar. Het beeld kun je verlevendigen door niet statisch voor ‘het theezeefje’ te staan, maar door te bewegen, je af te wenden, zonder daarbij natuurlijk met blaadjes te ritselen.
8. Welke problemen heb je dan als producent bij het daadwerkelijk opnemen?
Is je acteur wel op tijd bij de locatie, want wachten kost tijd. Soms moet je een opnameschema overmaken of aanpassen, als een van je hoofdacteurs toch geen tijd heeft in de geplande productietijd. Is de catering een beetje geregeld? Moet je met de tram gaan met je apparatuur of neem je toch een taxi? Heeft de techniek de nieuwe toch wat onbekende digitale recorder en andere opnamewijze wel ‘lopend’, anders moet je je plan aanpassen en de acteurs afstellen.
9. Welke problemen kom je bij de nabewerking tegen?
Van de diverse scènes maak je meerdere takes. Welke is artistiek de beste? De uiteindelijke scène stel je soms uit meerdere takes samen. Dan heb je de teksten per scène in een bestandsmap. Inmiddels zijn de geluiden verzameld. Met een speciaal programma met meerdere sporen maak je in het geval van 'Puntig' per scène een afzonderlijk geluidsbeeld, waarop je steeds weer kunt terugvallen. Soms zijn scènes simpel, soms zijn ze zeer gecompliceerd en ben je veel tijd kwijt met eentje die misschien maar enkele seconden duurt. Hoe krijg je zo’n massascène geloofwaardig? Waar haal je het geluid van bijvoorbeeld stoklopen vandaan? Of het lezen van enkele braille regels? Ook je geluidsfanaten moet je tevreden stellen. Niet teveel echo? En geen modieuze muziekbedjes, want dan hoort de oudere luisteraar door de overdaad de tekst niet meer en daar gaat het tenslotte toch om. En wanneer de scènes gemixt en wel zijn, maak je vervolgens een eindmixage, waarbij je met muziek bruggetjes tussen de scènes maakt, of ze ‘hard’ of ‘zacht’ in elkaar laat overgaan.
10. Hoe krijg je alles toch op een audio-cd?
De CD moet er komen! Intussen heeft de opdrachtgever zijn eigen planning voor het hoesje, het persen en het verzenden van de CD. Daar sta je dan met ruim 90 minuten spel. Zo maar een scène schrappen is niet mogelijk. Je spel valt als een kaartenhuis in elkaar. Hier en daar met beleid zinnen schrappen, stopwoorden weghalen, te lange pauses halveren,, kuchjes wegnemen. Een tweede CD? Hoe gaat die in een hoesje? En dan met de laatste eindmixage net wat meer minuten dan de ‘toelaatbaarheid’ op de audio-CD, want als MP 3 geen probleem, ook niet als Daisy. Een uiterste noodgreep toepassen. Welke? Luisteren naar ‘Puntig’!



